Binnenhavens en watergebonden bedrijventerreinen staan op steeds meer plekken onder druk door woningbouw en andere ruimteclaims. Tijdens de Corridordag gaat Cees-Jan Pen, lector Duurzame Stedelijke Transformatie aan de Fontys Hogeschool, in zijn keynote ‘Grip op grond’ in op de vraag hoe overheden meer grip kunnen krijgen op deze strategische locaties. Zijn belangrijkste boodschap vooraf: organiseer je regionaal en voorkom vooral dat overal hetzelfde werk opnieuw wordt gedaan.

Watergebonden bedrijventerreinen worden volgens Pen nog te vaak gezien als een verzameling kavels voor economische activiteiten, terwijl hun strategische waarde veel verder reikt.

‘Het belang van binnenhavens en locaties aan het water moet veel breder worden verteld’, zegt Pen. Volgens de lector zijn deze gebieden cruciaal voor de economie van morgen, zeker nu Nederland inzet op circulariteit, multimodale logistiek en duurzamere goederenstromen.

Juist daar wringt het volgens hem. De ruimte rond binnenhavens en watergebonden terreinen staat onder toenemende druk van woningbouw, recreatie en andere functies die op korte termijn aantrekkelijk lijken. Daarmee dreigt ruimte verloren te gaan die op langere termijn nodig is voor circulaire bedrijvigheid en logistieke ketens.

Actief grond- en vestigingsbeleid

Een belangrijk thema in zijn keynote is de vraag hoe overheden ruimte kunnen reserveren voor economische functies die nu nog niet volledig zichtbaar zijn. ‘Bij een circulaire economie zijn dit hele belangrijke locaties. Alleen hoe kun je die behouden onder de druk van allerlei andere programma’s?’

Volgens Pen vraagt dat om actief grond- en vestigingsbeleid. De recent opgerichte grondbank van de gemeente Tilburg, bedoeld om watergebonden kavels beschikbaar te houden voor passende bedrijven, noemt hij een interessant voorbeeld. Maar hij benadrukt dat niet iedere gemeente over vergelijkbare financiële middelen beschikt.

‘Mijn boodschap is ook dat als je dat niet hebt, het niet betekent dat je niets kunt doen.’ Gemeenten kunnen volgens hem eveneens sturen via duidelijke ruimtelijke kaders, actualisatie van omgevingsplannen en een actievere inzet op toezicht en handhaving.

Basis op orde

Volgens Pen begint ‘grip op grond’ bij het maken van scherpe keuzes over welke bedrijven op welke locaties thuishoren. Op veel haventerreinen en watergebonden locaties laten bestemmings- en omgevingsplannen nog teveel ruimte voor functies die weinig relatie hebben met het water.

‘Stap één is ervoor zorgen dat daar vooral bedrijven gaan zitten waarvoor die plek bedoeld is. Het juiste bedrijf op de juiste plek.’

Daarmee raakt hij aan een breder probleem dat ook binnen verschillende corridorprogramma's speelt. Veel aandacht gaat uit naar infrastructuur, goederenstromen en logistieke knooppunten, terwijl de fysieke ruimte waar die activiteiten landen soms onderbelicht blijft.

‘Als die basis niet op orde is, heb je ook een probleem met de goederenstromen, de infrastructuur en de ketens erachter.’

Regionaal organiseren

De kern van Pens verhaal op de Corridordag is zijn pleidooi voor meer samenwerking tussen regio's, provincies en havennetwerken. Volgens hem zijn er al talloze voorbeelden beschikbaar van gebiedsgerichte samenwerking, waardoor het niet nodig is dat iedere regio opnieuw begint.

‘Organiseer je, professionaliseer je en vind niet opnieuw het wiel uit’, vat hij zijn boodschap samen.

Hij wijst daarbij op initiatieven in onder meer Zwolle, Friesland en Limburg, waar gemeenten, provincies en havenpartijen gezamenlijk optrekken. Ook provincies zoeken volgens hem steeds vaker naar manieren om watergebonden economische locaties als strategisch belang te beschermen.

De versnippering die momenteel zichtbaar is in het landschap van haven- en corridororganisaties vindt hij daarbij een risico. Wanneer regio's afzonderlijk vergelijkbare trajecten doorlopen gaat volgens hem tijd verloren en worden kansen gemist om gezamenlijk keuzes te maken.

‘Dan dreigt dat je dus opnieuw het wiel uitvindt of kiest voor hetzelfde als een ander. Dan maak je uiteindelijk geen keuzes.’

Toenemende weerstand

Naast bestuurlijke samenwerking zal Pen ook aandacht besteden aan het groeiende maatschappelijke verzet tegen industriële en logistieke activiteiten. Zelfs op locaties waar haven- en bedrijfsfuncties historisch verankerd zijn, neemt de weerstand volgens hem toe.

‘Je ziet toch toenemende weerstand tegen alles wat maar een beetje industrieel is.’

Dat vraagt volgens hem om een beter verhaal over de maatschappelijke betekenis van binnenhavens en watergebonden en -verbonden bedrijventerreinen op de belangrijke corridors. Niet alleen voor logistiek of industrie, maar ook voor circulaire economie, strategische autonomie en de verduurzaming van goederenstromen.

Meer dan logistiek alleen

Pen ziet bovendien kansen om de betekenis van bedrijventerreinen breder te definiëren. Zo kunnen terreinen volgens hem bijdragen aan klimaatadaptatie door water vast te houden tijdens natte perioden en ruimte te bieden aan nieuwe duurzaamheidsopgaven.

Daarmee onderstreept hij dat de discussie over binnenhavens en corridorlocaties niet alleen draait om transport. Het gaat volgens hem om de vraag hoe Nederland schaars geworden ruimte inzet voor economische functies die op de lange termijn van belang zijn.

Dat vraagt volgens Pen om keuzes, samenwerking en een langere adem. Of zoals hij het zelf formuleert: ‘Bundel je krachten. Organiseer je regionaal. En ik blijf erop hameren: vind niet telkens opnieuw het wiel uit.’