Eind september was Topcorridors zichtbaar aanwezig op Connecting Europe Days (CED), het tweejaarlijks Europese congres in Brussel over transport, infrastructuur en mobiliteit. Met een eigen stand, een ‘Sunrise Session’ en tientallen gesprekken op en rond het congres werkte het programma Topcorridors aan zijn Europese netwerk, kennispositie en toekomstige financieringskansen. Voor Ton Neumann, voorzitter van de werkgroep Funding binnen Topcorridors, was dat precies de bedoeling. 'Onze ambities moeten uiteindelijk uitmonden in concrete projecten en daar is funding voor nodig.’

De aanwezigheid van Topcorridors op Connecting Europe Days was geen losstaand congresbezoek. De deelname werd voorbereid door de werkgroep Funding van Topcorridors, die wordt ondersteund door advies- en onderzoeksbureau Panteia.
De werkgroep kijkt naar subsidiemogelijkheden die kunnen bijdragen aan de uitvoering van projecten binnen het GVC-programma en het Realisatiepact.
Volgens Neumann is het belangrijk om nu al vooruit te kijken naar de volgende Europese begrotingsperiode, die in 2028 begint. Dan worden nieuwe subsidieregelingen opengesteld en verschijnen nieuwe calls waarop projecten kunnen intekenen.
'Onze ambities moeten uiteindelijk uitmonden in concrete projecten en daar is funding voor nodig, onder andere vanuit Europa. Maar daarvoor moeten we eerst voorinvesteren in de Europese manier van denken en werken.'
Kennis opdoen
Daarom was de aanwezigheid in Brussel nadrukkelijk meer dan een bezoek aan een congres. Topcorridors wilde tijdens het congres kennis opdoen, contacten leggen en beter begrijpen welke ontwikkelingen de komende jaren bepalend worden voor Europese financiering.
'We proberen nu al ons oor te luisteren te leggen bij de mensen in Brussel en te kijken of onze projecten interessant genoeg zijn om financiering voor te krijgen', aldus Neumann.
Een belangrijke regeling blijft de Connecting Europe Facility (CEF), waarmee de Europese Unie investeert in infrastructuur en transportverbindingen. Volgens Neumann gaat het om omvangrijke budgetten, maar veranderen tegelijkertijd de voorwaarden voor subsidieverlening. Europese financiering richt zich steeds sterker op projecten met een grensoverschrijdend karakter. Daarnaast ziet hij dat thema's als militaire mobiliteit, weerbaarheid en strategische autonomie steeds hoger op de agenda komen te staan.
Infrastructuur als Europese opgave
Die ontwikkeling kwam volgens Neumann tijdens het congres voortdurend terug. In presentaties en discussies werd infrastructuur niet alleen benaderd als een technische investering, maar ook als een voorwaarde voor economische ontwikkeling, veiligheid en Europese samenwerking.
Ook de openingsspeech van Ursula von der Leyen maakte volgens Neumann indruk. 'Von der Leyen zei tegen de ruim 4.500 deelnemers dat wij allemaal werken aan een veiliger en beter Europa. Dat geeft uiteraard een goed gevoel.'
Volgens Neumann sluit die boodschap aan bij een bredere trend waarbij infrastructuur steeds nadrukkelijker wordt gekoppeld aan economische veerkracht, klimaatadaptatie en geopolitieke weerbaarheid.
Goedbezochte Sunrise Session
Een belangrijk onderdeel van de Nederlandse bijdrage was de Sunrise Session in het Huis van de Nederlandse Provincies in Brussel. Ondanks het vroege tijdstip kwamen ongeveer zestig deelnemers af op de paneldiscussie over het Topcorridorprogramma. 'Voor een sessie die zo vroeg begint is dat gewoon een goede opkomst, aldus Neumann.'
Aan tafel zaten vertegenwoordigers van de havens van Rotterdam, Antwerpen, Duisburg en North Sea Port, samen met TEN-T-corridorcoördinator Pawel Wojciechowski. Daarnaast presenteerde Sieds Halbesma, topambtenaar van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het Topcorridorprogramma aan het internationale publiek.
Tijdens de discussie benadrukten de deelnemers dat corridors meer vertegenwoordigen dan alleen fysieke infrastructuur. Ze dragen volgens hen bij aan economische ontwikkeling, strategische autonomie en de weerbaarheid van Europa.
Een uitspraak bleef Neumann daarbij vooral bij: 'Goede infrastructuur is een bittere noodzaak.'
Panteia speelde volgens hem een belangrijke rol bij de voorbereiding van de sessie en het leggen van contacten in Brussel. Mede dankzij dat netwerk waren zowel Wojciechowski als Willemien Koning, lid van het Europees Parlement, bij de bijeenkomst aanwezig.
Verder kijken dan nationale grenzen
Een van de belangrijkste inzichten die Neumann meenam uit Brussel is dat corridorontwikkeling meer vanuit een Europees perspectief moet worden bekeken. 'Wij zitten vaak nog te kijken of Roermond of Roosendaal beter is als vestigingslocatie. Op zo'n congres word je wel naar een ander niveau getild.'
Volgens hem werd tijdens het congres duidelijk dat economische stromen, logistieke ketens en infrastructuurnetwerken zich weinig aantrekken van landsgrenzen. Dat vraagt ook om een andere manier van kijken naar de ontwikkeling van corridors. 'Het zou eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn dat de driehoek Randstad, Vlaanderen en het Duitse Ruhrgebied ons plangebied is.'
Topcorridors wil daarom nadrukkelijker de verbinding zoeken met partners in de buurlanden. De eerste stap ligt daarbij in Vlaanderen, waar al grensoverschrijdende samenwerking plaatsvindt via North Sea Port en de haven van Gent. Tegelijkertijd vraagt verdere samenwerking om bestuurlijke afstemming en gevoel voor bestaande complexe dossiers aan beide kanten van de grens.
Ook richting Duitsland, en dan met name de deelstaat Noordrijn-Westfalen, ziet Neumann kansen om de verbindingen verder te versterken, onder meer met partners rond de haven van Duisburg.

Corridorcoördinator als verbindende factor
Tijdens de ochtendsessie speelde oud-politicus Wojciechowski een prominente rol. Volgens Neumann had dat meer dan een symbolische functie. 'Voor ons was zijn deelname heel waardevol. Een corridorcoördinator kan helpen om de juiste contacten te leggen tussen regio's, overheden en Europese partijen.'
De corridorcoördinatoren worden door de Europese Commissie aangesteld om de ontwikkeling van de Europese TEN-T-corridors te begeleiden. Daarbij kijken zij niet naar afzonderlijke projecten of landsgrenzen, maar naar het functioneren van de volledige corridor. 'Zo'n coördinator bekijkt de corridor als geheel, van Rotterdam tot Genua.' Juist daardoor kunnen zij volgens Neumann een belangrijke rol spelen bij grensoverschrijdende projecten.
'Stel dat er een knelpunt zit op het spoor tussen Gent en Terneuzen. Als een corridorcoördinator het belang van zo'n project onderschrijft, kan dat helpen om partijen bij elkaar te brengen. En bij een subsidieaanvraag kan dat soms net het verschil maken.'
Voor Topcorridors zijn dit waardevolle contacten nu steeds duidelijker wordt dat toekomstige Europese financiering afhankelijker wordt van grensoverschrijdende samenwerking en Europese meerwaarde.
Waardering voor Nederlandse aanpak
Naast de Sunrise Session was Topcorridors gedurende het congres aanwezig met een eigen stand. Die trok volgens Neumann veel bezoekers uit binnen- en buitenland. De belangstelling had niet alleen betrekking op concrete projecten, maar ook op de manier waarop Nederland naar corridors kijkt. Volgens Neumann blijkt die integrale aanpak in Europees perspectief relatief bijzonder.
‘Andere landen organiseren hun beleid vaak per modaliteit of per regio. Het Topcorridorprogramma kijkt juist integraal naar de verbinding tussen zeehavens, achterlandverbindingen en verschillende vervoersmodaliteiten.’
De presentatie van Halbesma trok daarom de aandacht van verschillende bezoekers. Ook de havenbedrijven onderstreepten tijdens de paneldiscussie het belang van deze corridorgerichte benadering. Volgens Neumann heeft Topcorridors daarmee goed kunnen laten zien hoe Nederland werkt aan een samenhangend netwerk van goederenvervoercorridors.
Voor Neumann bevestigde het congres vooral dat de voorbereiding op toekomstige Europese samenwerking al lang begint voordat een subsidieregeling wordt opengesteld.
'In 2028 komen er zoals gezegd nieuwe calls voor bijvoorbeeld digitalisering en verduurzaming van transport. Op dat moment moet je klaar zijn om een sterke aanvraag in te dienen. Daar moeten we ons nu al op voorbereiden en dat doen we ook, want Panteia gaat namens onze werkgroep een call uitzetten om alvast zicht te krijgen op projecten op de corridor die kansrijk zijn voor Europese financiering.’