Wat gebeurt er met een logistiek knooppunt als ineens een vervoersmodaliteit wegvalt? Kunnen goederenstromen dan worden omgeleid? Wie neemt de regie? En hoe zorgen publieke en private partijen ervoor dat de logistieke keten blijft functioneren? Dat zijn vragen die centraal staan in een nog in ontwikkeling zijnde quickscan naar de veerkracht van multimodale knooppunten op de goederenvervoercorridors. De eerste pilots starten in Venlo en bij North Sea Port (NSP) in Zeeland.
Volgens Hans Moonen, projectleider veerkracht binnen de Topsector Logistiek, komt het onderwerp op een logisch moment op de agenda van het Topcorridorsprogramma. 'Vanuit de Topsector Logistiek is logistieke veerkracht één van de kernthema's. We zien dat verstoringen steeds vaker voorkomen en dat de impact daarvan groot kan zijn. Dan is het belangrijk om niet alleen te reageren als er iets gebeurt, maar juist vooraf na te denken over hoe je daarmee omgaat, en na verstoringen lessen te leren voor een volgende keer.'
De quickscan ontwikkeling is een gezamenlijk initiatief van Topsector Logistiek en Topcorridors en ook een belangrijk thema binnen de Beleidsagenda Goederenvervoer, waarin veerkracht een voorname plaats inneemt. Het onderzoek moet inzicht geven in de kwetsbaarheden van multimodale knooppunten en uiteindelijk handelingsperspectieven opleveren om die kwetsbaarheden te verkleinen. Hoewel veerkracht als thema steeds nadrukkelijker wordt genoemd, maakte het tot nu toe nog geen expliciet onderdeel uit van de negen Realisatiepacten van bovengemiddelde multimodale knooppunten die binnen het programma Topcorridors zijn aangewezen. 'Die knooppunten zijn bezig met infrastructuur, digitalisering en verduurzaming. Veerkracht zat daar nog niet zo expliciet in. Dit traject moet daar een eerste aanzet voor geven', aldus Moonen.
Topcorridors als aanjager
Het onderzoek komt voort uit afspraken binnen het programma Topcorridor. De Topsector Logistiek ondersteunt de ontwikkeling van de quickscan met kennis en expertise op het gebied van logistieke veerkracht. Volgens Moonen helpt die betrokkenheid om het onderwerp sneller op de agenda te krijgen. 'Dit is in feite een project waar Topsector Logistiek een bijdrage aan levert. Dat zorgt er wel voor dat dit onderwerp met meer prioriteit opgepakt kan worden.'
De onderzoekers kijken nadrukkelijk volgens Moonen niet naar de oorzaak van een verstoring, maar naar de gevolgen ervan. 'De focus ligt niet op de vraag waardoor iets misgaat, maar op wat er gebeurt als een modaliteit uitvalt. Stel dat je Venlo niet meer via spoor of binnenvaart kunt bereiken. Welke goederenstromen worden dan geraakt? Hoe gaan ondernemers daar mee om? Welke alternatieven zijn er? En waar ontstaan nieuwe knelpunten?'
Van bedrijfsniveau naar knooppuntniveau
Een belangrijk uitgangspunt van het onderzoek is dat veerkracht niet alleen een zaak is van individuele bedrijven. Topsector Logistiek werkte eerder mee aan een resilience-scan voor afzonderlijke organisaties die binnen een TKI Dinalog programma werd ontwikkeld door Hogeschool Windesheim, Rijksuniversiteit Groningen en Involvation, in samenwerking met 18 bedrijven. De nieuwe quickscan verlegt de aandacht naar het niveau van het logistieke ecosysteem. Moonen: 'In een knooppunt komen veertig, vijftig of soms tachtig partijen samen. Die zijn allemaal op hun eigen manier veerkrachtig georganiseerd, maar hebben ook met elkaar te maken. Op het moment dat bijvoorbeeld een belangrijk deel van de aanvoer via de binnenvaart of het spoor wegvalt, moeten ze dat probleem samen oplossen.' Juist dat gezamenlijke perspectief ontbreekt volgens Moonen vaak nog.
'De vraag wat we met elkaar moeten doen op dat bovenliggende niveau, op het niveau waar een verstoring ons allemaal raakt, is eigenlijk nog nooit goed opgepakt.' De quickscan onderzoekt daarom niet alleen fysieke knelpunten, maar ook organisatorische vraagstukken. Eén van de belangrijkste is de regierol tijdens een verstoring. 'Stel dat zo'n verstoring plaatsvindt. Wordt het dan ieder voor zich? Of staat er een partij op, bijvoorbeeld een gemeente, ProRail of Rijkswaterstaat, die zegt: wacht even, wij gaan dit (helpen) organiseren? Dat zijn vragen die binnen veel knooppunten nog nooit expliciet zijn gesteld.'
Waarom Venlo en North Sea Port?
De keuze voor Venlo en North Sea Port is niet van bovenaf opgelegd. Beide knooppunten hebben zichzelf gemeld als koplopers. Moonen: 'Binnen het knooppuntenoverleg is gevraagd welke knooppunten wilden meedoen binnen de ontwikkeling van dit instrument. Toen gingen de handen van Venlo en North Sea Port als eerste omhoog.' De pilots hebben nadrukkelijk een bredere ambitie. Als de methodiek goed werkt, kunnen ook de andere multimodale knooppunten op de goederenvervoercorridors ermee aan de slag. 'Het doel is dat wat nu met beide logistieke knooppunten wordt ontwikkeld, straks ook toepasbaar is voor de andere knooppunten.'
Eerste inzichten dit najaar
De ontwikkeling van de quickscan, door Involvation, Rebel en Goudappel, loopt van juni tot en met november 2026. De aanpak is inmiddels uitgewerkt, in juli en augustus wordt de methodiek ontwikkeld en voorbereid, waarna de pilots in augustus, september en oktober worden uitgevoerd. In november volgt de eindrapportage met conclusies, aanbevelingen en voorstellen voor verdere toepassing. Volgens Moonen wordt de eerste versie van de methodiek getest in Venlo. North Sea Port volgt vervolgens met een verbeterde versie van de aanpak. 'De eerste versie gaat getest worden met Venlo. North Sea Port, ‘hobbelt’ daar net achteraan, zodat zij eigenlijk een verbeterde versie krijgen van wat er in Venlo beproefd wordt.'
Leren vóórdat het misgaat
De quickscan bouwt voort op het principe van de zogenoemde Resilience Triangle (zie afbeelding hieronder). Die beschrijft hoe prestaties terugvallen tijdens een verstoring, hoe herstel plaatsvindt en vooral hoe organisaties en netwerken daarvan kunnen leren. Niet alleen achteraf, maar ook voorafgaand aan toekomstige verstoringen. Voor Moonen ligt daarin de grootste waarde van het project. 'Veel van deze vragen zijn heel nuttig om vooraf uit te denken voordat er daadwerkelijk iets misgaat.'
Vereenvoudigde versie van de ‘resilience triangle’ (Sheffi & Rice, 2005)
De methode bestaat uit meer dan alleen een vragenlijst. Uiteindelijk moeten de uitkomsten ook leiden tot gesprekken tussen betrokken partijen. 'De verwachting is dat je een heel divers beeld krijgt als je zo'n scan door tientallen partijen in een knooppunt laat invullen. Sommige zaken zullen breed worden herkend, over andere punten zullen de meningen uiteenlopen. Juist daarover wil je vervolgens met elkaar in gesprek.'
Dat gesprek moet volgens Moonen leiden tot concrete acties. 'Voor mij is de quickscan geslaagd wanneer partijen binnen het knooppunt zeggen: hier kunnen we wat mee. Als de scan en de workshops nieuwe inzichten opleveren én leiden tot een actieplan, dan is het project wat mij betreft succesvol.'
Resultaten terug naar de praktijk
De quickscan moet nadrukkelijk méér worden dan een onderzoeksrapport. Gedurende het traject worden verladers, terminals, vervoerders, logistiek dienstverleners, infrabeheerders en overheden actief betrokken via interviews, workshops en validatiesessies. De resultaten worden vervolgens gezamenlijk besproken, zodat niet alleen kwetsbaarheden zichtbaar worden, maar ook concrete maatregelen en handelingsperspectieven ontstaan.
Het traject wordt afgesloten met een gezamenlijke workshop waarin de onderzoeksresultaten en ervaringen met de deelnemende partijen worden besproken. Op basis daarvan worden aanbevelingen aangescherpt en mogelijke vervolgstappen verkend.
De pilots zijn nadrukkelijk bedoeld als opstap naar een bredere toepassing binnen het programma Topcorridor. Als de aanpak succesvol blijkt, is het de bedoeling dat ook de zeven andere multimodale knooppunten met de quickscan aan de slag gaan. Daarvoor wordt gekeken naar een mogelijke MIRT-aanvraag later dit jaar. 'Als dit een bruikbaar instrument wordt, kunnen we dezelfde exercitie ook bij de andere knooppunten gaan doen. Belangrijk daarbinnen is dat de quickscan periodiek wordt herhaald in hetzelfde knooppunt om met elkaar blijvend na te denken over risico’s, aanpakken en mitigerende maatregelen.
Meer dan infrastructuur alleen
De resultaten kunnen uiteindelijk ook doorwerken in investeringsbeslissingen. Denk aan extra capaciteit op alternatieve vervoersroutes of het verminderen van afhankelijkheden binnen een netwerk. Toch verwacht Moonen dat de grootste opbrengst elders ligt. 'Het kan zeker gevolgen hebben voor investeringen in infrastructuur. Maar ik denk dat de belangrijkste waarde vooral zit in het samen doordenken van scenario's en het ontwikkelen van draaiboeken voor het moment waarop dingen misgaan.' Daarmee raakt de quickscan aan een vraag die steeds belangrijker wordt voor de Nederlandse logistiek: niet (alleen) hoe verstoringen kunnen worden voorkomen, maar (vooral ook) hoe het systeem als geheel ermee omgaat wanneer ze zich voordoen.
'Het gaat uiteindelijk om de vraag hoe veerkrachtig een knooppunt is, wat partijen samen beter moeten doen en wat ze gezamenlijk moeten organiseren. Daar willen we met deze quickscan voor het eerst echt inzicht in krijgen.'
Meer weten over dit project, of wat Topcorridors en Topsector Logistiek verder aan logistieke veerkracht doen? Neem dan contact op met Hans Moonen: hans.moonen@topsectorlogistiek.nl