Het opwaarderen van het Wilhelminakanaal voor klasse IV-schepen krijgt ook een ruimtelijk-economisch vervolg. Gemeente Tilburg en provincie Noord-Brabant richten een fonds van 10 miljoen euro op om strategische bedrijfskavels aan te kopen, te herontwikkelen en beschikbaar te houden voor watergebonden en waterverbonden bedrijven. Ardjan Stegehuis, projectleider fondsvorming watergebonden bedrijven, licht toe hoe het fonds moet gaan werken.
Met het Realisatiepact rond het Wilhelminakanaal werken Rijk, provincie, gemeente en bedrijfsleven al langer samen aan de optimalisatie van de vaarweg voor grotere klasse IV-schepen. Daarbij gaat het niet alleen om bruggen, sluizen en infrastructuur, maar ook om de economische benutting van het kanaal.
Het nieuwe fonds moet ervoor zorgen dat meer bedrijven hun goederenstromen via het water gaan afwikkelen. Volgens Stegehuis komt het fonds rechtstreeks voort uit de afspraken die zijn gemaakt rond de verdere ontwikkeling van het Wilhelminakanaal.
‘De extra investering die door het ministerie I&W in het Wilhelminakanaal wordt gedaan, is eigenlijk de aanleiding geweest. Daarbij is de afspraak gemaakt dat wij als gemeente Tilburg en provincie Noord-Brabant een fonds oprichten om het rendement van die investering te vergroten.’
Revitalisering bedrijventerreinen
Voor de bestaande bedrijventerreinen ligt de nadruk van de gemeente Tilburg op revitalisering en intensiever ruimtegebruik. ‘Het verbeteren van het gebruik van water en overslag via water is ook onderdeel van dit programma revitalisering. Dat zit gekoppeld aan de modal shift en meer gebruikmaken van vervoer over water.’ Het fonds richt zich op de bedrijventerreinen Loven, Kraaiven en Vossenberg. Gemeente Tilburg en Provincie Noord-Brabant leggen ieder 5 miljoen euro in. Het doel is om watergebonden en -verbonden bedrijven beter te positioneren op kavels die logistiek gezien van belang zijn voor het Wilhelminakanaal.
Risicoafdekking grondaankopen
De gemeente wil vooral kavels aankopen die strategisch liggen, maar nu niet of onvoldoende worden gebruikt door watergebonden of waterverbonden bedrijven. Vervolgens kunnen die kavels worden herontwikkeld en opnieuw worden uitgegeven aan bedrijven die wel ladingstromen via water willen afwikkelen. Stegehuis benadrukt dat de 10 miljoen euro niet simpelweg een aankoopbudget is. Het fonds wordt vooral gebruikt als risicoafdekking bij grondaankopen. ‘Bij elke kavel die wij gaan kopen, wordt 20 procent van het fonds vastgezet als risicoafdekking’, legt hij uit. Dat geld is bedoeld voor mogelijke verkoopverliezen, herontwikkelingskosten of extra investeringen die nodig zijn om een kavel geschikt te maken.
Daardoor kan het fonds een grotere werking krijgen dan het bedrag op het eerste gezicht doet vermoeden. Als Tilburg een kavel van 10 miljoen euro koopt, wordt twee miljoen euro uit het fonds vastgezet als risico. In theorie kan de gemeente met het fonds daardoor tot 50 miljoen euro aan kavels aankopen in tien jaar tijd. Kavels die na herontwikkeling worden verkocht of in erfpacht worden uitgegeven, moeten geld terugbrengen in het fonds. Het fonds is daarmee bedoeld als revolverend instrument. ‘Op deze manier zorgen we ervoor dat ‘het juiste bedrijf op de juiste plek terecht’ komt’, aldus Stegehuis
Een belangrijk onderdeel is het juridisch borgen van afspraken met de koper van een kavel. Tilburg wil voorkomen dat een strategische kavel na aankoop en herontwikkeling alsnog wordt gebruikt door een bedrijf dat niets met vervoer over water doet. Stegehuis noemt daarvoor twee routes. De eerste is het wijzigen van de bestemming, zodat de kavel planologisch wordt vastgelegd voor watergebonden bedrijvigheid. De tweede is uitgifte in erfpacht, waarbij de gemeente eigenaar blijft en langdurig kan sturen op het gebruik.
‘Dat zijn eigenlijk de twee opties die wij nu voor ogen hebben’, zegt Stegehuis. ‘Of we gaan de bestemming wijzigen, of we geven de kavel in erfpacht uit aan een watergebonden bedrijf en houden op die manier sturing op de kavel.’
Mandaat bij het college
Of het fonds, dat een looptijd heeft van tien jaar, met een optie tot verlenging van vijf jaar, snel kan werken, hangt mede af van de gemeenteraad. Op 21 september ligt in Tilburg een raadsvoorstel voor waarmee het college mandaat vraagt om tot 10 miljoen euro aan kavels te kunnen aankopen zonder per aankoop opnieuw langs de raad te moeten. Volgens Stegehuis is dat nodig om snel te kunnen handelen op de grondmarkt.
Als bij iedere aankoop een raadsvoorbehoud nodig is, kan dat volgens hem al snel drie tot zes maanden vertraging opleveren. Dat is risicovol op een markt waar strategische kavels schaars zijn en andere partijen snel kunnen bewegen. ‘We willen graag het mandaat bij het college krijgen’, zegt Stegehuis. ‘Dan kunnen we sneller acteren.’
BTT versterkt multimodaal transport
Het samenspel met het bedrijfsleven is hierin ook belangrijk. Zo zet het bedrijf Barge Terminal Tilburg (BTT) ook stappen in herstructurering, verbonden aan de te realiseren Trimodale Terminal op Loven. Zij schakelen zelf al met bedrijven om ruimte te maken voor activiteiten die vervoer over water versterken. Zo speelde BTT een belangrijke rol in het mogelijk maken van de bedrijfsverplaatsing van JvEsch naar Kraaiven. JvEsch was geholpen bij een grotere diepgang van het kanaal. De locatie Kraaiven is dan veel geschikter voor hun grondstoffenhub. BTT heeft een sleutelrol kunnen spelen om deze partij te kunnen laten verplaatsen. Samen met provincie hebben we middels een (beperkte) subsidie een impuls kunnen geven dat deze verplaatsing daadwerkelijk plaatsvond.
Stegehuis ziet BTT als partij die in de praktijk al werkt aan dezelfde ruimtelijke (modal shift) beweging. ‘Ze zijn al druk bezig met wat wij ook willen gaan doen’, zegt hij. Tegelijkertijd laat het zien waarom snelheid voor de gemeente belangrijk is. ‘BTT kent de markt goed, weet wat er speelt en kan meestal sneller handelen dan de overheid. Hoewel we daar ook profijt van hebben, wil je soms zelf grip houden.’
Publiek en privaat samenbrengen
Tilburg probeert daarom publieke sturing en private dynamiek dichter bij elkaar te brengen. Accountmanagers van de gemeente houden op de bedrijventerreinen in de gaten welke strategische kavels mogelijk beschikbaar komen. Daarnaast wil de gemeente onderzoeken welke bedrijven in potentie interessant zijn voor het fonds. Daarmee moet worden voorkomen dat kavels worden aangekocht waarvoor later geen geschikte gebruiker wordt gevonden.
Volgens Stegehuis wordt de waarde van watergebonden kavels de komende jaren waarschijnlijk groter. Niet alleen door de investering in het Wilhelminakanaal, maar ook door de groeiende behoefte aan ruimte voor circulaire en recyclingbedrijven. Zulke bedrijven hebben vaak zwaardere milieucategorieën nodig en zijn voor aan- en afvoer gebaat bij waterontsluiting.
‘Wij denken in ieder geval dat het mes misschien wel aan drie kanten snijdt’, zegt Stegehuis. ‘Enerzijds wordt het rendement op de investering in het Wilhelminakanaal hierdoor beter. Daarnaast leveren we met de revitalisering van bedrijventerreinen een bijdrage. En naar de toekomst toe kunnen we hiermee ook ruimte bieden aan bedrijven die een belangrijke rol vervullen in de transitie naar een circulaire economie en bedrijven die watergebonden kavels nodig hebben.’