De regio Tiel-Rivierenland werkt aan een toekomstbestendiger goederenvervoerknooppunt. Met het Realisatiepact wil de regio de binnenvaart beter benutten, multimodale verbindingen versterken en transportstromen verduurzamen. De industriehaven, de inland containerterminal aan het Amsterdam-Rijnkanaal en het nabijgelegen bedrijventerrein Medel moeten daarin nadrukkelijker als één geheel gaan functioneren. Dat potentieel van draaischijffunctie is er volgens de betrokkenen al langer, maar is (nog) onvoldoende benut. ‘Het is eigenlijk een verborgen parel’, zegt wethouder Frank Groen* over de haven van Tiel.
Volgens pactregisseur Monique Spijker (Synnovem) en wethouder Frank Groen van de lokale Tielse Partij van de Burgers (PvdB) draait het pact niet om nog een extra visiedocument, maar om het beter benutten van kwaliteiten die er al zijn. In Tiel gaat het dan om de industriehaven, de inland containerterminal, het logistieke bedrijventerrein Medel en de vraag hoe je die onderdelen sterker met elkaar verbindt. Het doel van het Realisatiepact is ook precies zo geformuleerd: het knooppunt ontwikkelen tot een duurzaam en toekomstbestendig onderdeel van de goederenvervoercorridor, met aandacht voor binnenvaart, slimme gebiedsontwikkeling, multimodale verbindingen en verduurzaming van transportstromen.
Dat bredere perspectief is volgens Groen, onder andere als wethouder verantwoordelijk voor het dossier havens, niet vanzelf ontstaan. De industriehaven zat al langer in zijn portefeuille, maar kreeg volgens hem niet altijd de aandacht die ze verdiende. Pas door de samenwerking binnen Gelreport (het havensamenwerkingsverband met Arnhem en Nijmegen, red.) en het programma Topcorridors begon de gemeente scherper in beeld te krijgen wat de Betuwse gemeente op het gebied van logistiek eigenlijk in handen heeft. ‘Door de samenwerking en door Topcorridors is daar echt een nieuwe boost op gekomen. Dan ga je opeens zien wat je hebt liggen en ga je je afvragen: benutten we dat wel goed genoeg?’
Meer dan een bescheiden haven
De havens in Tiel hebben een andere functie dan de haven in Arnhem en een andere schaal dan de haven in Nijmegen maar vullen elkaar goed aan in het operationeel beheer en de zoektocht naar verdere verduurzaming, circulariteit en digitalisering, erkent Groen. ‘Wij zijn ten opzichte van de andere landelijke multimodale knooppunten misschien wel de kleinste speler van de klas.’ Maar volgens hem zegt omvang niet alles. De industriehaven in Tiel heeft juist een positie die op sommige momenten van groot belang blijkt. Tijdens recente perioden van lage waterstanden konden schepen hier volgens hem nog wel volledig laden en lossen, terwijl elders lading moest worden verminderd. Vooral voor bulkstromen richting de bouwsector maakte dat verschil. Juist daardoor werd voor hem duidelijk dat Tiel meer is dan een bescheiden regionale haven.
Verborgen parel
Tegelijkertijd is die kracht lang niet altijd zichtbaar geweest. Groen noemt de industriehaven een ‘verborgen parel’, ook omdat je er als buitenstaander in ruimtelijke zin - vanwege zijn wat geïsoleerde ligging - niet vanzelf uitkomt. Wie er niet hoeft te zijn, ziet nauwelijks wat er gebeurt. Toch is deze haven – die jaarlijks bezocht wordt door circa 900 schepen met een overslagcapaciteit van tussen de 1 en 1,3 miljoen ton bulkgoederen - volgens de Tielse wethouder van directe betekenis voor de regio. Ook de containerstromen die via Inland Terminal Tiel aan het Amsterdam-Rijnkanaal worden afgehandeld, zorgen er mede voor dat de druk op het wegennet beperkt blijft. ‘Als je de haven dicht zou gooien, dan merk je dat hier meteen. Dan nemen de vervoersbewegingen toe.’
Precies daar komt de inland containerterminal nadrukkelijk in beeld. Die terminal ligt aan het Amsterdam-Rijnkanaal en direct aan de A15 en wordt geëxploiteerd door logistiek dienstverlener Van Berkel Logistics. Volgens Spijker en Groen is dat een cruciale schakel in de multimodale structuur van de regio Rivierenland, juist door de koppeling met het grote nabijgelegen bedrijventerrein Medel. Op dit terrein zijn veel grootschalige logistieke en industriële bedrijven gevestigd die baat hebben bij een sterke verbinding tussen terminal, weg en water. De terminal biedt daarmee niet alleen overslagcapaciteit, maar ondersteunt ook de mogelijkheid om goederenstromen slimmer en duurzamer af te wikkelen. Binnen het realisatiepact wordt daarom nadrukkelijk gekeken hoe die modal shift verder kan worden versterkt.
Spijker ziet daarin een van de belangrijkste inhoudelijke lijnen van het pact. ‘We zijn eerst als Rijk en regio samen gaan kijken: wat zijn nou de maatregelen die voor dit knooppunt echt het verschil maken?’ Daarbij is volgens haar bewust eerst met bedrijven gesproken, onder meer rond de industriehaven, de inland terminal en op Medel. Niet om alleen een lijstje af te vinken, maar om scherper te krijgen welke investeringen en ingrepen daadwerkelijk bijdragen aan de doelstellingen van het pact. Denk aan het verbeteren van multimodale verbindingen, het reduceren van emissies, het optimaliseren van infrastructuur en bereikbaarheid en het ontwikkelen van clean en smart energy hubs.
Opknappen kade
In de gesprekken met ondernemers kwam volgens Spijker duidelijk naar voren dat de relatie tussen terminal en bedrijventerrein veel sterker als één systeem moet worden benaderd. Medel is in logistiek opzicht een zwaartepunt in de regio, terwijl de containerterminal met haar ligging aan het Amsterdam-Rijnkanaal juist de toegang biedt tot de vaarcorridors richting onder meer Rotterdam en Amsterdam. ‘Die draaischijffunctie moeten we veel beter over het voetlicht brengen’, zegt Spijker. Daarbij gaat het volgens haar niet om promotie alleen, maar ook om de praktische vraag of bedrijven voldoende zicht hebben op de mogelijkheden van deze locatie en bereid zijn om de modal shift te maken.
Een tweede belangrijke pijler van het pact is de eerder genoemde verbetering van de industriehaven. Daar zit meteen ook een gevoelige kwestie. Want hoewel de haven door betrokkenen als belangrijk en kansrijk wordt gezien, worden de potenties nog niet voldoende benut.
Groen is daar uitgesproken over. Volgens hem heeft de haven te weinig aandacht gehad. Juist daardoor is nu een inhaalslag nodig. ‘De potenties van de haven moeten beter benut worden’, zegt hij. Voor het verbeteren van de toegankelijkheid heeft de gemeente inmiddels geld gereserveerd voor baggerwerk, onderzoek en herstel. De werkzaamheden hiervoor zijn gestart. Deze aanpak laat zien dat de gemeente intussen de industriehaven ook ziet als belangrijke economische voorziening. Gelukkig hebben bedrijven op eigen initiatief al flinke investeringen in hun kadefaciliteiten gedaan. Hierop sluit de gemeente graag aan. Het Realisatiepact helpt op meerdere plekken daarbij, niet omdat het alle investeringen betaalt, maar omdat het de urgentie, de prioriteiten en de samenhang zichtbaar maakt.
Aanjagen van projecten
Daarmee komt ook de financiële kant nadrukkelijk in beeld. Volgens Spijker is vanuit het ministerie Infrastructuur en Waterschap een miljoen euro beschikbaar gesteld voor het Realisatiepact Tiel-Rivierenland, verdeeld over meerdere jaren. Dat geld is nadrukkelijk niet bedoeld om alle grote fysieke ingrepen meteen uit te voeren, maar om projecten aan te jagen, onderzoeken mogelijk te maken, partijen bijeen te brengen en vervolgstappen voor te bereiden. Voor Tiel is dat volgens haar juist van grote waarde. Omdat de regio relatief laat is aangesloten als laatste Realisatiepact binnen het programma, is er goed gekeken welke maatregelen echt urgent en haalbaar zijn.
Spijker benadrukt dat de regio er bewust voor heeft gekozen niet alles tegelijk te willen. Eerst zijn de belangrijkste maatregelen met bedrijven en bestuurders besproken. Daarna is gekeken welke daarvan voldoende draagvlak en urgentie hebben om verder uit te werken. Dat moet leiden tot een pakket dat niet alleen inhoudelijk logisch is, maar ook uitvoerbaar. Tot deze zomer wordt gewerkt aan een uitvoeringsplan waarin projecten verder worden geconcretiseerd, geprioriteerd en voorzien van een duidelijke rolverdeling tussen de betrokken partijen. De looptijd van het realisatiepact is 2025 tot 2030.
Samenhangend systeem
Naast havenoptimalisatie en de koppeling met Medel speelt verduurzaming in vrijwel alle maatregelen mee. Er wordt gekeken naar walstroom, naar de vraag hoe beide havens op termijn emissiearmer kunnen functioneren, naar digitalisering van goederenstromen en naar de mogelijkheid van een truckparking waar ook duurzame brandstoffen een plek krijgen. Ook dat sluit aan op de officiële agenda van het pact, waarin verduurzaming van transportstromen en clean- en smart energy hubs expliciet worden genoemd.
Spijker is optimistisch en benadrukt dat de kracht van het pact niet alleen in de maatregelen zelf liggen, maar ook in de manier waarop ze tot stand komen. In het pactteam zitten volgens haar verschillende belangen en bestuurslagen aan tafel: van ministerie, gemeente en regio tot provincie, bedrijven en logistieke partners. Juist daardoor ontstaat een beeld van het knooppunt als samenhangend systeem, waarbij zij als pactregisseur een aanjaagfunctie vervult. ‘Je gaat met bedrijven praten, je legt plannen voor, je haalt op wat er speelt. Dan merk je dat er iets ontstaat.’
Ook Groen zag dat in de praktijk gebeuren. Tijdens bijeenkomsten in de haven bleek dat ondernemers die al jarenlang dicht bij elkaar werken elkaar soms nauwelijks kenden. ‘Er werden voor het eerst handen geschud’, zegt hij. Voor hem onderstreept dat waarom het pact nodig is. Niet alleen om projecten op papier te zetten, maar ook om een netwerk te vormen waarin partijen elkaar weten te vinden als er echt iets moet gebeuren.
Vrijblijvendheid is voorbij
Voor de komende jaren ligt de nadruk daarom op het verder brengen van een aantal concrete lijnen: de industriehaven technisch op orde krijgen, de betekenis van deze haven beter benutten, de inland containerterminal nadrukkelijker koppelen aan de bedrijven die gevestigd zijn op Medel en de verduurzaming van goederenstromen versnellen door de modal shift te stimuleren. Volgens Groen begint dat met realisme. Niet alles kan meteen, maar het helpt wel als eindelijk duidelijk is wat nodig is en waar de grootste kansen liggen.
Spijker deelt deze zienswijze. Voor haar is als pactregisseur de fase van vrijblijvende verkenning voorbij. De belangrijkste maatregelen zijn besproken, de partners zijn aangehaakt. Ook is er programmatisch geld beschikbaar om vervolgstappen aan te jagen. Daarmee staat Tiel-Rivierenland aan het begin van een volgende fase: niet langer alleen benoemen dat het knooppunt potentie heeft als logistiek knooppunt, maar ook laten zien hoe die potentie stap voor stap wordt omgezet in investeringen, samenwerking en een sterker logistiek systeem.
‘In een regio waar haven, terminal en bedrijventerrein dicht op elkaar zitten, moeten we juist de komende jaren ervoor zorgen dat die samenhang het verschil gaat maken’, aldus Spijker.
*Ten tijde van dit interview was Frank Groen nog wethouder zaken voor de gemeente Tiel. Inmiddels is hij opgestapt als wethouder.