Het programma Topcorridors kijkt terug op een geslaagde deelname aan de Multimodaal Transport Expo in Breda. Tijdens drie inhoudelijke vragenuurtjes gingen beursbezoekers in gesprek over de financiële regelingen voor Clean Energy Hubs, Versterking Havenvoorzieningen en Verslogistiek. Alle sessies boden volop ruimte voor praktische vragen, toelichting en de uitwisseling van ervaringen.

Met deze vragenuurtjes liet Topcorridors zien hoe beleid en praktijk elkaar op de beursvloer kunnen versterken. De gesprekken maakten duidelijk dat er in het werkveld veel behoefte is aan heldere uitleg, verdieping en direct contact over regelingen die bijdragen aan de ontwikkeling van de goederenvervoerscorridors Oost en Zuidoost en GVC Zuid.
Tijdens het vragenuurtje over de financiële regeling Clean Energy Hubs (CEH), geleid door het programmanagement bestaande uit Françoise van den Broek (projectleider) en Theo Heinink (business developer), stonden vooral praktische vragen centraal. Bezoekers die met de regeling aan de slag willen, dachten actief mee over de ontwikkeling van Clean Energy Hubs, maar liepen daarbij ook tegen concrete vraagstukken aan rond locatiekeuzes, ruimtelijke inpassing, samenwerking met overheden en het vinden van de juiste partners.
Van den Broek en Heinink maakten duidelijk dat een succesvolle CEH begint bij vroegtijdige samenwerking met gemeenten, provincies en andere betrokkenen. Juist door al aan de voorkant samen te kijken naar mogelijkheden, beperkingen en ambities, ontstaan oplossingen die beter inpasbaar en toekomstbestendig zijn. Zij legden daarbij de nadruk op het benutten van koppelkansen en het verbinden van een initiatief aan andere opgaven en plannen in de omgeving. Zo wordt al in een vroeg stadium duidelijk hoeveel ruimte nodig is en welke functies elkaar kunnen versterken.
Meer dan alleen een energievoorziening
Beiden benadrukten in gesprek met geïnteresseerde beursdeelnemers dat CEH’s meer zijn dan alleen ‘energievoorzieningen’. Door functies te combineren, zoals walstroom, truckparkings, horecavoorzieningen, vergaderruimte of andere logistieke functies, neemt de maatschappelijke en economische waarde van een locatie toe. Ook vragen van beursbezoekers over het vinden van partners, het opbouwen van een realistische businesscase en het omgaan met netcongestie kwamen aan bod. Daarbij werd benoemd dat een koppeling met een smart energy hub kansen kan bieden in gebieden waar de druk op het elektriciteitsnet groot is. Het programma kan initiatiefnemers bovendien helpen om met de juiste partijen in contact te komen en plannen samen verder te brengen. Heinink vatte de kern van de sessie samen. ‘Laat je niet te veel leiden door hypes, maar kijk vooral naar wat haalbaar, betaalbaar en schaalbaar is en past bij de vraag uit de markt.’
Zij lichtten ook toe wat straks via de provinciale subsidieregeling ondersteund kan worden. Die regeling maakt het mogelijk om een deel van de kosten van een haalbaarheidsonderzoek en/of een deel van de ontwikkelkosten van een CEH te subsidiëren, zowel voor wegvervoer als voor de binnenvaart. Daarbij geldt wel dat een locatie moet voldoen aan de definitie van een CEH: er moet minimaal één hernieuwbare brandstof en één zero-emissie energiedrager worden aangeboden.
Zo kan een CEH-initiatief tegelijk bijdragen aan de verduurzaming van zwaar transport, betere voorzieningen voor ondernemers, veiliger verkeersstromen en toekomstbestendig ruimtegebruik. Juist doordat iedere situatie anders is, blijft maatwerk daarbij onmisbaar.
Beleidsdoelen en praktijk verbinden
Het vragenuurtje over de financiële regeling Versterking Havenvoorzieningen kende een rustiger verloop, maar was daarmee niet minder betekenisvol, zegt Pepijn Koops, Senior Beleidsmedewerker bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Voor Koops bood het contactmoment in de stand van Topcorridors juist de gelegenheid om bestaande contacten bij te praten en nieuwe contacten te leggen. Volgens hem is dat ook precies de meerwaarde van een beurs als deze: de ruimte om elkaar informeel te spreken en om beleidsdoelen en praktijkervaringen met elkaar te verbinden.
In zijn toelichting ging hij in op het doel en de achtergrond van de regeling, die binnen de goederenvervoercorridors selectiever is ingericht dan eerdere subsidieregelingen, zoals de voormalige Quick Wins Binnenvaart-regeling.Uit evaluaties blijkt dat snelle overheidsimpulsen vaak onvoldoende leiden tot omvangrijke en duurzame modal shift, wanneer het bedrijfsleven niet vanaf de voorkant financieel is aangehaakt bij havenversterkingen. ‘Daarom ligt de nadruk nu meer op publiek eigenaarschap en publiek-private samenwerking.’ De regeling is bedoeld om de infrastructuur van binnenhavens en havens op de goederenvervoerscorridors te versterken en zo meer en beter vervoer over water mogelijk te maken.
Prominente rol gemeenten
Volgens Koops spelen gemeenten daarin een sleutelrol. Zij worden aangemoedigd om samen met de provincies hun ruimtelijke rol en positie als eigenaar en beheerder van de haven weer actiever op te pakken, te investeren in kades en alerter te sturen op het gebruik van natte kavels voor vestiging van de juiste bedrijven op de juiste plaats. Dat vraagt in de praktijk vaak om maatwerk en om het overwinnen van terughoudendheid bij gemeenten, maar biedt tegelijk meer grip op de toekomst van de haven. ‘Wat ik vooral heb willen aangeven, dat het belangrijk is dat gemeenten meer grip krijgen op hun binnenhavens, anders loop je het risico dat eerdere overheidsinvesteringen in binnenhavens en vaarwegen minder zullen renderen en in het ergste geval hun functie verliezen’, aldus Koops.
De regeling is vormgegeven als een specifieke uitkering, een SPUK (Specifieke Uitkering, red.), en richt zich op binnenhavenprojecten langs de goederenvervoercorridors. Met een budget van meer dan 10 miljoen euro, dat begin dit jaar is verlengd tot en met 2030, is er ruimte om ook de komende jaren te investeren in toekomstbestendige havenvoorzieningen. In de praktijk loopt de regeling onder meer bij de containerterminal in Venlo en bij een havenproject in Cuijk. Provincies spelen daarbij volgens Koops een belangrijke rol. ‘Provincies zijn bij uitstek in staat om kansrijke initiatieven te signaleren en te begeleiden en om samen met gemeenten concrete casussen goed neer te zetten.’
Waardevol evenement
De inhoudelijke insteek met de vragenuurtjes sloot goed aan bij het verloop van de beursdag zelf. Topcorridors was prominent zichtbaar en actief aanwezig op de goed bezochte Multimodaal Transport Expo in Breepark Breda. De stand stond op een centrale plek en dat was merkbaar. Er was voortdurend aanloop en er hing de hele dag een levendige sfeer. Niet alleen vaste partners en bekende gezichten uit het Topcorridors-netwerk wisten de stand te vinden, ook veel bezoekers die het programma nog niet kenden stapten binnen voor een eerste kennismaking. Dat maakte de expo tot een waardevol event om het Topcorridor-programma breder onder de aandacht te brengen bij zowel marktpartijen als overheden.