Met de ondertekening van de bestuursovereenkomst voor het Wilhelminakanaal tussen Kraaiven en Loven komt naast een oplossing voor het bereikbaar maken van deze vaarweg voor grotere schepen ook een fonds van 10 miljoen euro beschikbaar om watergebonden bedrijvigheid in Tilburg te versterken. Het programma Topcorridors en in het bijzonder het Realisatiepact Tilburg speelden een belangrijke rol in het bij elkaar brengen van partijen, plannen en financiering voor deze volgende stap in de corridor.

Foto: Gemeente Tilburg – Ton van Rooij

Minister Vincent Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) ondertekende onlangs samen met Tilburgs wethouder Rik Grashoff en Brabants gedeputeerde Stijn Smeulders de overeenkomst om het laatste deel van de kanaalopwaardering in gang te zetten. Daarmee komt ook het traject tussen bedrijventerrein Kraaiven en haven Loven in beeld, het laatste stuk dat nog niet geschikt is voor grotere binnenvaartschepen.
Waar de herbouw van Sluis II het kanaal geschikt maakt voor grotere schepen tot aan Kraaiven, moet nu ook het aansluitende traject richting haven Loven worden aangepakt. De ambitie is dat vanaf 2030 ook daar klasse IV-schepen kunnen komen.
Dat is geen overbodige luxe. Bedrijven langs dit deel van het kanaal kunnen in de huidige situatie niet goed meedoen met vervoer over water. In de bestuursovereenkomst staat dan ook duidelijk dat alleen Sluis II herbouwen een ‘suboptimale’ oplossing zou zijn, omdat bedrijven tussen Kraaiven en Loven en in haven Loven daar nog steeds niet echt van profiteren.

Praktische oplossing

Volgens Jozef Sebregts, projectleider bij de gemeente Tilburg, gaat het om het laatste ontbrekende stuk. ‘Carla Peijs heeft in 2005 het startsein gegeven om de Brabantse kanalen (tot aan Veghel en tot Tilburg) bereikbaar te maken voor klasse IV schepen. Dit is eigenlijk het laatste deel waar we mee bezig zijn, zodat heel Tilburg daar bereikbaar wordt voor dit type schepen.’ De oplossing is bewust praktisch gehouden. Geen volledige verbreding van het kanaal, maar slimmer gebruik van de bestaande infrastructuur. Drie beweegbare bruggen worden vervangen, een bocht wordt aangepast en op een deel van het traject komt een enkelstrooks vaarwegprofiel. Zo kunnen klasse IV-schepen met een maximale diepgang van 2,10 meter straks toch haven Loven bereiken.

Sebregts: ‘Wat we met de optimalisatie hebben bereikt is dat het laatste stuk vaarweg eenrichtingsverkeer wordt. Op dit specifieke kleine stuk vaarweg is slechts sprake van beperkte scheepsbewegingen. Dat kun je oplossen door eenrichtingsverkeer toe te passen.’

De aanpassing houdt in dat de vaarweg op een gedeelte enkelstrooks wordt. Dit houdt in dat schepen om-en-om kunnen varen. Deze oplossing is vanwege de diepgangbeperking met name geschikt voor containervervoer en lichte bulkgoederen, maar minder voor zware bulkgoederen. Hierdoor verbetert de capaciteit van de vaarweg tussen Kraaiven en haven Loven. Met deze maatregelen kunnen er elke dag ten minste minimaal 10 klasse IV schepen over dit traject varen. De plannen omvatten de vervanging van drie beweegbare bruggen door bredere bruggen, het aanleggen van nieuwe wacht- en passeerplaatsen voor grotere schepen, en het vervangen van een damwand. 

Voor bedrijven maakt de inzet van grote schepen een groot verschil. Grotere schepen betekenen meer volume per keer en dus efficiënter transport. In een toelichting op het project wordt dat ook concreet gemaakt: één klasse IV-schip kan ongeveer 40 vrachtwagens vervangen. De nieuwe situatie zou ruimte bieden voor zo’n 3.650 extra scheepsbewegingen per jaar, wat neerkomt op een besparing van ongeveer 146.000 vrachtwagenritten.

Aansluiten op bestaande verbindingen

Sebregts wijst er ook op dat het logisch is om verder te kijken dan alleen Kraaiven. ‘Dus dat je alleen maar die paar bedrijven bij Kraaiven kan laten profiteren van die grotere sluizen, dat zou jammer zijn.’ Daarbij komt Vossenberg zit aan de westkant al helemaal vol.’ Juist daarom is ook gekeken naar de mogelijkheden richting Loven. Bijkomend voordeel is dat het vervoer over water via de aansluitende railterminal ook direct kan worden aangesloten op bestaande internationale spoorverbindingen richting het Europese achterland.

De wijze waarop het project wordt gefinancierd is opvallend. Voor de voorbereiding en realisatie is 49 miljoen euro beschikbaar. Het Rijk, de provincie en de gemeente leggen ieder 16,4 miljoen euro in, waarbij de gemeente het project zal oppakken.

Daarnaast komt er een apart fonds van 10 miljoen euro, waarvan provincie en gemeente elk 5 miljoen euro inleggen. Het fonds is bedoeld om bedrijventerreinen langs het kanaal beter te laten aansluiten op vervoer over water. Het fonds maakt het mogelijk voor de gemeente om gronden te verwerven langs het water, maar ook om schuifruimte te realiseren voor partijen die nu langs het water zitten maar daar geen gebruik van maken.

Daarmee laten overheden zien dat alleen een betere vaarweg niet voldoende is. Als bedrijven die weinig met binnenvaart doen op die plekken blijven zitten, haal je er simpelweg minder uit. Het fonds moet ervoor zorgen dat juist bedrijven die werken met binnenvaart en trimodaal vervoer daar ook daadwerkelijk kunnen zitten

Benutten van koppelkansen

Ook de rol van het Realisatiepact Tilburg komt duidelijk terug in de afspraken. In het BO MIRT 2023 is afgesproken dat partijen via het Realisatiepact samen optrekken bij de aanpak van het traject Sluis III–Loven. Daarbij gaat het niet alleen om de vaarweg zelf, maar ook om een bredere samenwerking rond de verduurzaming van het knooppunt. Zo kijken partijen ook naar koppelkansen met bijvoorbeeld de ontwikkeling van clean energyhub-faciliteiten die moeten bijdragen aan emissieloos vervoer en bouwen.

Sebregts benadrukt dat het pact ook hielp om de financiering rond te krijgen. ‘Er zijn in het BO MIRT afspraken gemaakt om met geld van programma Topcorridors tot een verhoging van de IenW-middelen te komen, zodat je daar uiteindelijk die schepen een optimale situatie kunt geven.’

De overeenkomst is begin deze maand gepubliceerd in de Staatscourant. De planning is dat het traject tussen Kraaiven en Loven in 2030 geschikt is voor klasse IV-scheepvaart.