Tijdens het Bestuurlijk Overleg MIRT voor de Goederenvervoercorridors zijn begin dit jaar ruim twintig projectvoorstellen gehonoreerd, waarmee Rijk en regio verder werken aan efficiëntere, duurzamere en slimmere corridors en multimodale knooppunten. Volgens Topcorridors programmamanager Jeroen Laro is de projectenportefeuille van het programma daarmee weer goed gevuld om de komende jaren samen te werken aan impactvolle projecten.
Het BO MIRT (lees ook kader hieronder: BO MIRT in het kort) voor de goederenvervoercorridors in januari verliep volgens Laro in goede sfeer. Centraal staan telkens de voorstellen voor nieuwe projecten, die in dit overleg vrijwel zonder discussie zijn vastgesteld. Laro: ‘De voorstellen waren door de partners heel goed voorbereid waardoor de besluiten snel konden worden genomen. Dat oogt misschien als een hamerstuk, maar gaf ook ruimte voor gesprek over het belang van goederenvervoer, zorgen over de financiële ruimte en het belang van de opgebouwde samenwerking in het programma.’
Hij geeft aan dat de echte uitdaging pas na het BO MIRT begint. ‘Het is één ding om afspraken te maken. Het is iets heel anders om ze gerealiseerd te krijgen.’ Capaciteitsproblemen, stikstofbeperkingen en complexe procedures maken uitvoering steeds ingewikkelder. Juist daarom ligt de focus dit jaar nadrukkelijk op het waarmaken van afspraken.
Laro: ‘Zo gaan we de komende jaren aan de slag binnen vijf nieuw gesloten zogeheten realisatiepacten. Binnen deze pacten is in totaal ruim negen miljoen euro beschikbaar om de komende jaren bij het initiëren, aanjagen en realiseren van nieuwe projecten.’ Topcorridors heeft nu - samen met drie eerder gesloten realisatiepacten - een sterke basis aan samenwerkingsverbanden, waarin Rijk, regio’s en marktpartijen samenwerken aan concrete corridoropgaven.
BO MIRT in het kort
Het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) is het jaarlijkse overleg waarin het Rijk en regionale overheden afspraken maken over investeringen in bereikbaarheid en ruimtelijke ontwikkeling. De besluiten vormen het bestuurlijke startpunt voor uitvoering via programma’s zoals Topcorridors. Tijdens het overleg begin dit jaar zijn ruim 20 projectvoorstellen gehonoreerd, waarmee Rijk en regio de komende periode aan de slag gaan om de goederenvervoercorridors en multimodale knooppunten efficiënter, duurzamer en slimmer te maken.
‘Het geld uit Topcorridors is niet bedoeld om grote infrastructuurprojecten te realiseren’, aldus Laro. De kracht van de pacten is dan ook niet financieel, maar zit vooral in de samenwerking, het vinden van gezamenlijke belangen en het organiseren van gezamenlijke besluitvorming. ‘Als partijen elkaar eenmaal gevonden hebben, ontstaan investeringen die veel groter zijn dan het programma zelf.’
Samenwerking als hefboom
Een illustratief voorbeeld is volgens Laro Tilburg. In eerste instantie werd daar gewerkt aan afspraken over de sloop en nieuwbouw van Sluis II, waar vorig jaar een bestuursovereenkomst voor is ondertekend. Inmiddels is, mede door de opgebouwde samenwerking binnen het realisatiepact, een bestuurlijke overeenkomst gesloten om het achterliggende Wilhelminakanaal te optimaliseren. Door slimme inrichting en verkeersafspraken met eenrichtingsverkeer kan het kanaal geschikt worden gemaakt voor grotere binnenvaartschepen, zonder kostbare verbreding. ‘Dat is precies hoe realisatiepacten bedoeld zijn: als aanjager om nieuwe ontwikkelingen van de grond te krijgen. Het geld komt dan niet per se uit Topcorridors zelf, maar zonder die samenwerking was het gesprek waarschijnlijk niet zo ver gekomen.’
Naast de start van nieuwe Realisatiepacten bevat het BO MIRT ook afspraken over kleinere projecten, die Laro nadrukkelijk niet wil bagatelliseren. Het gaat om haalbaarheidsstudies en verkenningen die nog geen directe uitvoering kennen, maar wel richting geven aan toekomstige keuzes.
Voorbeelden zijn onderzoeken naar langere goederentreinen van 740 meter in de Botlek, of naar manieren om zowel kraanbare als niet‑kraanbare trailers op het spoor te zetten. Ook wordt verkend of vrachtwagentrailers vaker via de binnenvaart vervoerd kunnen worden. ‘Dat zijn geen projecten waarmee je morgen resultaat ziet. Maar ze zijn cruciaal om, zodra er weer middelen beschikbaar komen, snel te kunnen schakelen. Ze hebben een aanjaagfunctie, net als bijvoorbeeld in het geval van Sluis II in Tilburg.’
Ook de verlenging van de modal‑shift‑aanpak, investeringen in walstroom en de voortzetting van last‑mile‑spoorpilots, onder meer in Moerdijk, passen in die benadering. De uitbreiding van de SPUK Havenvoorzieningen – zowel in middelen als in geografisch bereik – ziet Laro als een belangrijk signaal. ‘Door het samengaan van de Goederenvervoercorridors Oost en Zuidoost (GVC OZO) en GVC Zuid begin dit jaar laten we bovendien zien dat we nu echt als één Topcorridorsprogramma opereren.’
De komende periode staat niet alleen in het teken van uitvoeren, maar ook van aanscherpen. Na de samenvoeging van GVC Zuid en OZO is het volgens Laro noodzakelijk om de focus te blijven verbeteren. Capaciteit en middelen zijn schaars. Dat betekent keuzes maken in thema’s en prioriteiten, zonder alles aan de voorkant dicht te timmeren. Topcorridors heeft daarom het ondersteunende consortium met Rebel en Goudappel gevraagd om te werken aan een nieuwe roadmap. ‘We kijken daarbij vijf tot tien jaar vooruit. Niet om een gedetailleerd stappenplan te maken, wel om een beeld te schetsen waar we naartoe werken en te toetsen of de projecten die we doen passen in het grotere verhaal.’ Die roadmap moet gaan leven, We willen iets ontwikkelen waar we echt mee kunnen sturen. Met een helder narratief: waar willen we heen, waarom maakt dit verschil en hoe dragen projecten daaraan bij.
Samenwerking Topsector Logistiek
Laro ziet voor dit jaar kansen voor samenwerking tussen de Topsector Logistiek en Topcorridors. ‘Hoe dat er precies uit gaat zien, hangt af van de keuzes van het nieuwe kabinet over de toekomst van het Topsector Logistiek programma dat aan het eind van dit jaar ophoudt en de beschikbare middelen. ‘De “hoe-vraag” van een samenwerking is daarom nog lastig te beantwoorden. Maar het gesprek moeten we wel voeren. We willen doublures voorkomen, beter gebruikmaken van wat er al is en vooral: weten wat er ontwikkeld wordt, zodat we het ook echt kunnen toepassen.’
Volgens de programmamanager gaat het minder om nieuwe structuren en meer om beter afstemmen. ‘Het zijn open deuren, maar in de praktijk gebeurt het niet vanzelf. Juist daarom zoeken we dit jaar nadrukkelijker die afstemming met de Topsector Logistiek.’
Met een volle uitvoeringsagenda, aangescherpte focus, een nieuwe minister/regeerakkoord en onzekerheid over toekomstige budgetten voor de Topsector Logistiek beschouwt Laro dit jaar als “boeiend”. Tegelijk ziet hij daarin ook een kans. ‘Als we de samenhang tussen infrastructuur, corridorontwikkeling en logistieke ketens beter zichtbaar maken en ook de maatschappelijke meerwaarde beter over het voetlicht weten te krijgen, kunnen we niet alleen afspraken maken, maar ze ook laten landen in de praktijk.’
Hij vindt dat daar ook de kern ligt van het Topcorridors-programma: het verbinden van ambities, investeringen en uitvoering. ‘BO MIRT is geen eindpunt. Het is het moment waarop je zeker weet: dit gaan we doen. En daarna begint het echte werk.’