Wat staat centraal?

Hoe kunnen we de inrichting en het gebruik van de multimodale infrastructuur in de Topcorridors Oost, Zuidoost en Zuid verder verduurzamen? Hoe kunnen we ze optimaliseren en daarbij economische kansen verzilveren? Deze vragen staan centraal in de MIRT-programma Topcorridors.

MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport. Daar staan alle rijksprojecten en -programma’s van de Rijksoverheid in die de bereikbaarheid, de veiligheid en de ruimtelijke inrichting van Nederland bevorderen. 

Wie werken er samen? 

De betrokken partijen zijn onder andere het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, ProRail, Rijkswaterstaat, Topsector Logistiek, de Logistieke Alliantie, de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant, Zeeland, Gelderland en Limburg en de havens van Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk en North Sea Port.

De samenwerking tussen het Rijk, regionale overheden en bedrijven vindt plaats op negen multimodale knooppunten en wordt vormgegeven via zogenoemde realisatiepacten.

Goede verbindingen naar het achterland 

De goederenvervoercorridors Oost, Zuidoost en Zuid zorgen voor goede verbindingen tussen de vier grootste Nederlandse havens, de verschillende Nederlandse provincies en het Europese achterland. Bijna een kwart van de binnenlands vervoerde goederen en een derde van de vervoerskilometers vindt plaats in de goederenvervoercorridors Oost, Zuidoost, Noord en Zuid. De Topcorridors spelen een speciale rol in het continentale achterlandvervoer. Ze verwerken grote volumes aan (inter-)nationaal transport, met ook veel bulkvervoer via spoor en binnenvaart. Dat naast het wegvervoer. De corridors vormen samen een dicht netwerk van multimodale infrastructuur. Voor transport over de weg, per spoor, over het water en zelfs via buisleidingen.

Netwerk van knooppunten

De goederenvervoercorridors vormen een netwerk van knooppunten. Deze werken als logistieke draaischijven en schakels in de infrastructuur. Hier worden goederen overgeslagen van de ene naar de andere modaliteit. Van weg naar water en van water naar trein bijvoorbeeld. Door de goede verbindingen, inland-terminals en concentratie van bedrijvigheid hebben we in Nederland een uitstekend vestigingsklimaat voor bedrijven die zich bezighouden met productie, distributie en kennisuitwisseling. Dit zorgt voor mogelijkheden om goederenstromen te bundelen en multimodale diensten rendabel op te zetten. De negen bovengemiddelde knooppunten in de goederenvervoercorridors zijn Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk, Vlissingen-Terneuzen, Tilburg, Tiel, Nijmegen, Venlo en Sittard-Geleen.

Slimmer gebruik 

De uitdagingen in deze corridors zijn groot. Denk aan capaciteit, efficiëntie en eventuele overlast. Kunnen we infrastructuur aanpassen? Het roept ook op tot een slimmer gebruik van de beschikbare wegen, spoorwegverbindingen en waterwegen. Hier kunnen we de kansen die digitalisering biedt benutten. Bijvoorbeeld met smart mobility en met smart inland watertransport. De ministers van Transport en Infrastructuur van Noord-Rijn Westfalen en Nederland hebben vanuit de goederenvervoerscorridors Oost en Zuidoost een gemeenschappelijke verklaring ondertekend voor samenwerking. Vanuit de goederenvervoerscorridor Zuid verkennen we de samenwerking met Vlaanderen.

Bekijk onze projecten en ontdek hoe we samen werken aan slimme oplossingen.

Interesse in een video over het belang dat bedrijven hechten aan de Topcorridors?  

Video Topcorridors korte versie
Video Topcorridors lange versie

Wil je met ons samenwerken aan de topcorridors? 

Neem contact met ons op!